Taakbalk

Plenaire lezingen

Is meten echt meer weten? Taalvaardigheid van instromende studenten in het hoger onderwijs in kaart gebracht.

Elke Peters (Expertisecel Taal en Leren aan CODE, Lessius Hogeschool, Antwerpen)

Er is veel te doen over de taalvaardigheid van instromende studenten in het hoger onderwijs. We worden om de oren geslagen met berichten over hoe slecht het met hun taal gesteld is. Maar is dit wel zo? Tijdens deze lezing zal ik verslag uitbrengen van een onderzoek naar de taalvaardigheid van 800 Vlaamse eerstejaarsstudenten. Ik zal kort het onderzoeksopzet en de gebruikte testen toelichten maar zal vooral tijd besteden aan de resultaten die uit de studie naar voren kwamen. Verder zal ik ingaan op de vraag wat deze bevindingen ons nu precies leren. Ten slotte probeer ik kritische kanttekeningen te plaatsen bij het nut van taaltesten en taalscreening.

Taalbeleid in het hoger onderwijs: een ‘must’ of een ‘luxe’?

Kris Van den Branden (Centrum voor Taal en Onderwijs, Katholieke Universiteit Leuven)

In mijn presentatie zal ik starten van de vraag of een taalbeleid voor alle opleidingen hoger onderwijs even relevant is. Om die vraag te beantwoorden, is een scherpe omschrijving van de inhoud van een taalbeleid nodig. Wat zijn de bouwstenen van een taalbeleid in het hoger onderwijs? Aan welke aspecten moet er aandacht besteed worden? Daarnaast zal ik aandacht besteden aan processen van taalbeleid: welke stappen kan een team best nemen als het van taalbeleid structureel en planmatig werk wil maken? De antwoorden op al die vragen bieden veel inspiratie voor het formuleren van een antwoord op de uiteindelijke hamvraag: hoe kan een taalbeleid de slaag- en ontwikkelingskansen van studenten in het hoger onderwijs bevorderen?

Taaltests in het hoger onderwijs. Waar komt dit vandaan?

Piet Van Avermaet (Steunpunt Diversiteit en Leren, Universiteit Gent)

De slogan ‘meten is weten’ maakt al een tijdje furore. Hij wordt op veel plaatsen en door veel mensen graag overgenomen en in acties en beleid omgezet. Dit is misschien wel het meest opvallend voor het onderwerp taal. In bijna het hele hoger onderwijs in Vlaanderen zijn de dag van vandaag taaltesten geïntroduceerd. Als paddenstoelen rezen ze uit de grond. Men struikelde over elkaars voeten in verwoede pogingen om als eerste taaltests – vaak voor allochtone studenten, maar dan wel zo niet aangeboden wegens misschien wel politiek niet correct – te introduceren. Enige vorm van kritische reflectie werd/wordt weggelachen. Men bekeek/bekijkt je alsof je van een andere planeet komt.
In deze bijdrage wil ik toch de rol van marsbewoner op me nemen. Waar komt die plotse ontwikkeling vandaan? In hoeverre laten we ons door ratio of door emotie leiden als we taaltests introduceren? Is meten altijd weten? Is elk meten altijd goed weten? Moeten we -  ons baserend op de snelheid waarmee sommige taaltests zijn ontwikkeld – ons vragen stellen naar de validiteit en de betrouwbaarheid van sommige taaltests? Welke conclusies trekken we uit de testresultaten? Wat is de impact van een taaltest? In hoeverre werkt zo een taaltest als een exclusie-instrument? Hoe wordt zo’n taaltest gepercipieerd? Wat weten we met een cijfer? Kan er sprake zijn van valse objectiviteit? Aan welke kwaliteitscriteria moet een taaltest voldoen? Moeten we werk maken van een ethische en kwaliteitscode voor (taal)tests in Vlaanderen? Op deze en aanverwante vragen wil ik tijdens deze lezing ingaan.