Taakbalk

Onze visie op filosofie in het hoger onderwijs

Visie: Wat is het 'nut' van filosofie in een (bachelor)curriculum?

De organisatie van het vak 'filosofie' in het curriculum dient een functie te zijn, enerzijds van (1) een bepaald onderwijsconcept en anderzijds van (2) een bepaalde filosofieopvatting.

Een bepaald onderwijsconcept

In een democratische samenleving zouden zowel academische als professionele (bachelor)opleidingen moeten uitgaan van een onderwijsconcept waarin de vorming van (i) specifiek technische beroepscompetenties — probleemoplossend denken en methodisch handelen eigen aan het beroep — en van (ii) algemeen cultureel-humane vaardigheden geïntegreerd zijn.

De opleiding mag niet louter instrumenteel en functioneel zijn met het oog op het latere beroep, maar moet ook en vooral mensen opleiden met een brede vorming die in staat zijn om bewust en kritisch hun rol in de democratische samenleving op te nemen. Bovendien is een reflexieve en veelzijdige vorming ook onmisbaar in een kennismaatschappij.

Reflectievakken als filosofie, ethiek (deontologie) en 'Religie, Zingeving & Levensbeschouwing' (RZL) zijn onontbeerlijk om deze doelstellingen te realiseren. Binnen dit triumviraat is filosofie essentieel en fundamenteel. Ethische en religieuze vorming die niet kan terugvallen op een systematische, filosofische reflectie dreigt conceptueel te kort te schieten en af te glijden naar het zuiver gevoelsmatige. Bijgevolg lijkt het logisch het aanbod van de reflectievakken te laten beginnen met filosofie.

Een bepaalde filosofieopvatting

Filosofie beoogt een bewustwording van de grondslagen van de Westerse cultuur en wetenschap, de vorming van een kritisch reflexieve houding en van het vermogen om zelfstandig te denken. De realisatie van deze doelstellingen vooronderstelt echter het besef dat de filosofie een autonome discipline is met eigen teksten, eigen themata en een eigen geschiedenis in de Westerse cultuur. Goed filosofie-onderwijs vereist dan ook een confrontatie met de specifieke inhouden van de filosofie zoals die door vooraanstaande filosofen zijn geïntroduceerd en gearticuleerd.


Enkel op deze manier, vanuit zijn historische en thematische achtergrond, kan het vak “filosofie” het argumentatie- en oordeelsvermogen — de kritisch reflexieve houding — van de studenten vormen. Op deze stevige basis kunnen dan de andere reflectievakken ethiek en RZL voortbouwen om zo verder bij te dragen tot de vorming van de culturele en humane identiteit. De optimale, organisatorische opbouw van de reflectievakken — filosofie-ethiek-RZL — in de opleiding is dan ook een opbouw van drie maal drie (3-3-3) studiepunten.

Het “nut” van de filosofie in de hogeschoolopleidingen ligt niet alleen in haar plaats binnen de structuur van de reflectievakken, maar ook en vooral in het bredere perspectief dat ze opent op het eigen beroep, het democratisch burgerschap en de eigen cultureel-humane identiteit.

 

Standpunt: Filosofie in het competentiegericht onderwijs

In 2005 stelde de PLOO-filosofie een visietekst op over het belang van filosofie in academische en professionele opleidingen in het hoger onderwijs. De Vlaamse overheid en de onderwijsinstellingen sturen aan op een meer competentiegericht onderwijs. In het Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen van 4 april 2003 worden de competenties die beoogd worden voor de verschillende niveaus van het hoger onderwijs in Vlaanderen aangegeven. Op 30 november 2007 organiseerde de PLOO-filosofie een studienamiddag hierover. In de voorliggende tekst willen we enerzijds onze bezorgdheid uitdrukken over dit competentiegericht onderwijs en anderzijds toch aangeven hoe wij de plaats van filosofie daarin zien. Voor verdere argumentatie verwijzen we naar de bijdragen van onze studiedag in Ethische Perspectieven, 2007, nr. 4, en het artikel van Paulus Van Bortel, “Filosofie en competentiegericht onderwijs” (te verschijnen).

Wij vinden het mensbeeld achter het competentiedenken te operationalistisch. De nadruk op competenties en flexibilisering zorgt ervoor dat studenten meer strategisch gericht zijn op het onmiddellijke nut van wat zij doen. Daarom willen we, wanneer we de doelen van het onderwijs dan toch in termen van 'competenties' moeten vertalen, aan deze competenties een zo breed mogelijke interpretatie geven. Belangrijke competenties kunnen niet volledig in termen van meetbaar gedrag worden omschreven. Tevens willen we het belang van de materiële inhoud van het onderwijs beklemtonen en aanvaarden we niet dat abstracte competenties helemaal losgemaakt worden van concrete leerinhouden (cf. infra).

Hoe zien wij de plaats en de inhoud van filosofie in een competentiegericht curriculum?
Filosofie draagt bij tot het verwerven van de volgende algemene competenties:

  • analytische en synthetische denk- en redeneervaardigheid
  • het verwerven en verwerken van informatie
  • het vermogen tot kritische reflectie
  • het vermogen tot communiceren

Specifieke filosofische competenties houden in dat studenten:

  • hun eigen vooronderstellingen kunnen onderzoeken
  • logisch inzicht hebben en geldige van ongeldige redeneringen kunnen onderscheiden
  • een kritisch standpunt over waarheid en relativisme kunnen innemen
  • verschillende rationaliteitstypes (economisch, niet-instrumenteel,…) kunnen onderscheiden
  • over het project van de westerse rationaliteit - met fenomenen als mechanisering, secularisering, digitalisering,… - kennis hebben en kunnen reflecteren
  • over de westerse traditie in relatie tot andere culturen kunnen reflecteren
  • over gangbare idealen in ethiek en politiek kritisch kunnen reflecteren en deze kunnen evalueren
  • over de eigen discipline en de professionele activiteit kunnen reflecteren

Deze competenties met betrekking tot de westerse rationaliteit, de filosofische traditie in multiculturele context en de ethisch-politieke achtergrond van het democratisch burgerschap moeten gerealiseerd worden in relatie tot het werkterrein waarop de opleiding is gericht. De filosofische competenties kunnen alleen expliciet en systematisch verworven worden binnen een afzonderlijk opleidingsonderdeel 'Filosofie' in alle opleidingen van de Associatie. Filosofie verschilt hierin duidelijk van de opleidingsonderdelen ethiek en RZL (zie PLOO-filosofie visietekst). Het is wenselijk dat filosofie op het programma van het eerste jaar van de bachelor staat om ervoor te zorgen dat de opleiding van bij de aanvang af ook algemene vorming biedt. Filosofie draagt bovendien bij tot een flexibele en open kijk op de eigen tijd en samenleving waardoor de opleiding in een bredere context wordt gesitueerd.